Home » Beleggen in goud, Monetaire systeem

Is een terugkeer naar de goudstandaard mogelijk?

Geschreven door op 10 oktober 2018 – 16:43

De waarde van geld was in het verleden in grote delen van de wereld gebaseerd op goud en zilver, omdat het edelmetaal door haar unieke eigenschappen gezien werd als ideaal instrument om waarde mee uit te drukken. Door de relatieve schaarste van beide edelmetalen was ook de geldhoeveelheid onder een goudstandaard of zilverstandaard vrij constant, waardoor men kon vertrouwen op een zekere koopkracht. Maar waarom werd de goudstandaard dan toch losgelaten? En hoe groot is de kans dat we ooit weer terugkeren naar een geldsysteem op basis van gouden munten of gouddekking? Voordat we deze vragen kunnen beantwoorden duiken we eerst in de geschiedenis.

Geschiedenis van geld

Het verhaal van de goudsmid die gouden munten bewaart en in ruil daarvoor papieren ontvangstbewijzen uitgeeft is bij de meeste mensen wel bekend. Deze ontvangstbewijzen werden in plaats van het goud gebruikt en daarmee werd in feite de basis gelegd voor het moderne bankieren. Eerst waren die papieren nog gedekt door goud, maar vandaag de dag is het geld niets meer of minder is dan een schuldbewijs dat algemeen geaccepteerd wordt als betaalmiddel voor alle producten en diensten.

De rol van goud in het betalingsverkeer is met de komst van fiatgeld overbodig geworden, omdat huishoudens en bedrijven ook geld zonder intrinsieke waarde accepteren om goederen en diensten uit te wisselen. Er is geen edelmetaal nodig om deze transacties te verrichten, omdat iedereen erop vertrouwt dat het papiergeld haar koopkracht behoudt tot de volgende transactie plaatsvindt.

Standaardisering van geld

In het verleden functioneerden goud en zilver als betaalmiddel, omdat er geen betere alternatieven voorhanden waren. Muntstukken werden verhandeld tegen de intrinsieke waarde, die bepaald werd door het gewicht en de zuiverheid. In eerste instantie werden er nog veel lokale munten geslagen, maar al snel kwam men tot het inzicht dat het veel makkelijker was om de muntstukken te standaardiseren.

Het meest bekende voorbeeld daarvan is de Spaanse dollar, wat in feite beschouwd kan worden als de eerste wereldhandelsmunt. Deze munt diende als basis voor zilveren munten die in andere Europese landen geslagen werden en maakte later ook haar oversteek naar het Amerikaanse continent, toen de Amerikaanse variant op deze munt in de Coinage Act van 1857 werd vastgelegd als wettig betaalmiddel.

De standaardisering van geld begon met muntstukken, maar breidde zich later uit toen er ook papiergeld in omloop kwam. In het verleden brachten veel banken nog hun eigen papiergeld in omloop, maar door het lokale karakter van deze papieren en vanwege het tegenpartij risico waren deze niet handig voor het handelsverkeer met andere landen of andere gebieden.

Goudstandaard

Met de opkomst van natiestaten en centrale banken lag het voor de hand om het geld verder te standaardiseren. Zo kwam in de tweede helft van de negentiende eeuw de goudkernstandaard in beeld, waarbij de geldhoeveelheid werd aangevuld met papiergeld en banktegoeden die bij de centrale bank ingewisseld konden worden tegen een vastgestelde hoeveelheid goud. Het feit dat centrale banken garant stonden voor de waarde van dit ongedekte papiergeld zorgde voor een snelle acceptatie, omdat men op ieder moment naar de bank kon gaan om alsnog gouden munten op te vragen.

Het voordeel van deze variant van de goudstandaard is dat de geldhoeveelheid tot op zekere hoogte mee kan groeien met de economie en niet beperkt wordt door het binnenlandse aanbod van monetair goud. Het betekende ook dat centrale banken een goudvoorraad moesten aanhouden, om in een vertrouwenscrisis te kunnen voldoen aan de vraag naar fysiek goud. Vanaf dat moment was de waarde van de gouden munten al niet meer gelijk aan de waarde van het papiergeld, want door de uitgifte van nieuw papiergeld waren er uiteindelijk meer claims op goud in omloop dan de fysieke voorraad edelmetaal in de kluis van de centrale bank.

Dollarbiljetten waren ooit inwisselbaar voor goud (Bron: Wikipedia)

Bretton Woods

Een goudkernstandaard verplicht centrale banken om een substantiële goudvoorraad aan te houden, omdat de bevolking op ieder moment bankbiljetten moeten kunnen omwisselen voor het edelmetaal. Centrale banken zagen dit als een beperking en kwamen met de goudwisselstandaard. Dat betekende dat ze naast een eigen goudvoorraad ook staatsobligaties van andere landen als onderpand konden gebruikten, mits die landen hun geld hadden gedekt door goud. Daarmee werden in feite de goudvoorraden van andere landen opgegeven als dekking voor het papiergeld.

Hieruit kwam ook het stelsel van Bretton Woods naar voren, waarin landen besloten de waarde van hun valuta te koppelen aan de dollar. De Verenigde Staten beloofden op hun beurt dat ze dollars onbeperkt zouden inwisselen voor goud, tegen een vaste goudprijs van $35 per troy ounce. Dit systeem bracht stabiliteit in het tijdperk na de Tweede Wereldoorlog en deed de wereldhandel opbloeien.

Kunnen we terug naar een goudstandaard?

Met het loslaten van de vaste koppeling tussen de dollar en goud in 1971 kwam er een einde aan de goudstandaard. Sindsdien is de wereldwijde geldhoeveelheid bijna exponentieel toegenomen en is ook de goudprijs flink gestegen. Die vrijwel onbeperkte kredietgroei was een van de oorzaken van de financiële crisis van 2008, waardoor we weer vaker geluiden horen om terug te keren naar een geldsysteem dat beperkingen oplegt aan de geldgroei. Maar is de terugkeer naar een goudstandaard nog wel realistisch?

Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we eerst onderzoeken op welke manier we goud terug zouden kunnen brengen in het geldsysteem. In een wereld waarin meer dan 97% van de geldhoeveelheid bestaat uit giraal geld (banktegoeden) en waarin steeds meer transacties digitaal plaatsvinden is het zo goed als ondenkbaar dat we weer met gouden en zilveren munten gaan betalen. Ten tijde van een crisis situatie vluchten gaan particulieren in ieder geval fysiek goud kopen (en zilver) ten gevolgde van afnemend vertrouwen in banken en overheden.

Een andere optie is om de goudkernstandaard opnieuw in te voeren, waarbij alle centrale banken in de wereld afspraken maken over de waarde van hun valuta, uitgedrukt in grammen goud. Dat betekent in de praktijk een herwaardering van goud, waarbij de goudprijs een veelvoud wordt van wat het nu is. Ook daar zitten haken en ogen aan, omdat een dergelijke herwaardering iedereen benadeelt die geen goud bezit en bijzonder veel macht geeft aan landen en personen die juist relatief veel goud bezitten. Om het draagvlak te vergroten moet een manier gevonden worden om de winst uit de herwaardering van het goud eerlijk over alle mensen en alle landen te verdelen.

Is een terugkeer naar de goudstandaard mogelijk?

Met de invoering van een goudkernstandaard is het werk nog niet af, want het betekent ook dat alle landen zich moeten houden aan strenge restricties op de geldcreatie. Dit zou eigenlijk centraal gecoördineerd moeten worden, vanuit een wereldwijd instituut zoals bijvoorbeeld het Internationaal Monetair Fonds. Het is nog maar de vraag of centrale banken en overheden bereid zijn hun monetaire soevereiniteit op te geven om dit doel te realiseren. Het blijkt immers al lastig genoeg om voor Europese landen om een gezamenlijk monetair beleid te voeren.

Een ander probleem van een koppeling tussen geld en goud is dat deze koppeling ook actief verdedigd moet worden. Stel dat een land besluit om haar munt inwisselbaar te maken voor goud, dan betekent dat ook dat iedereen die munt kan omwisselen bij de centrale bank. Wordt de munt tegen een te hoge prijs gekoppeld aan goud, dan verslechtert de concurrentiepositie van het land. Wordt de munt tegen een te lage prijs gekoppeld, dan zullen speculanten op grote schaal het goud opvragen om dat op de wereldwijde goudmarkt te verkopen.

Terugkeer goudstandaard niet waarschijnlijk

In een wereld waarin financiële transacties op de milliseconde plaatsvinden en nieuwsberichten zich razendsnel via het internet verspreiden zal het voor een individueel land zo goed als onmogelijk blijken om een koppeling van de munt aan goud te verdedigen. Een gezamenlijke aanpak met andere landen heeft meer kans van slagen, maar brengt weer andere problemen met zich mee.

De meest elegante oplossing is misschien wel om goud juist los te koppelen van geld en te gebruiken als instrument om je te verzekeren tegen geldontwaarding. Het goud kan dan vrij verhandeld worden, waarbij de waarde niet wordt bepaald door overheden en centrale banken, maar door vraag en aanbod op een vrije markt. We hebben gezien dat goud de afgelopen decennia haar koopkracht heeft weten te behouden, want de prijs van het edelmetaal is sinds 1971 gestegen van $35 naar ongeveer $1.200 per troy ounce. Dat is een rendement van gemiddeld 7,8% op jaarbasis.

Een ander voordeel van goud is dat het – in tegenstelling tot papiergeld – geen tegenpartij risico kent. Zo kan het gebeuren dat een overheid haar beloftes niet nakomt en bijvoorbeeld de geldpers aanzet of de munt devalueert. Dat risico heeft fysiek goud niet, omdat het edelmetaal niet nagemaakt kan worden en omdat de bovengrondse goudvoorraad in een langzaam en redelijk voorspelbaar tempo groeit.

Tags: , , , , , , ,

Nog geen reacties »

1 Pingbacks »

Laat een reactie achter

U kunt hieronder reageren

Reacties worden gewaardeerd. Reageer wel fatsoenlijk op elkaar en plaats geen spam.

Je kunt deze tags gebruiken:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>