Home » Informatief, Monetaire geschiedenis, Monetaire systeem

Deel 2: De geschiedenis van ons monetaire stelsel en de opkomst en val van het Bretton Woods systeem

Geschreven door op 11 juli 2014 – 10:22

Dit bericht is onderdeel van meerdere berichten over ons monetaire stelsel. Omdat ons monetaire stelsel zo’n diverse geschiedenis kent waarin er veel is gebeurd hebben we  het opgedeeld in meerdere onderdelen. 

Bretton Woods en de nieuwe goudwisselstandaard: 1945-1968

In de periode van tien jaar voorafgaand aan De Tweede Wereldoorlog was Amerika Groot Brittannië voorbijgestreefd als de absolute wereldmacht. Om na de oorlog de monetaire orde te herstellen en de wereldmacht veilig te stellen werd er in het midden van 1944 de Bretton Woods bijeenkomst georganiseerd.

Hier werd bepaald dat voortaan alle wereldwijde valuta werden gekoppeld aan de dollar en de dollar op zijn beurt werd gekoppeld aan goud. Het verschil met de jaren dertig was onder meer dat burgers niet meer bevoegd waren hun valuta in te ruilen tegen goud. Alleen buitenlandse overheden waren hiertoe nog bevoegd.

Gedurende het Bretton Woods systeem was de dollar nog steeds 1/35 van een ounce goud. Oftewel een van 35 dollar per ounce. Door zijn machtige positie als wereld reserve valuta had Amerika een groot aantal voordelen. In het geheim werden er veel meer dollars gecreëerd dan werkelijk was afgesproken. Het voordeel voor de VS was dat het de inflatie kon exporteren naar het buitenland waardoor de inflatie in Amerika relatief laag bleef.

Het exporteren van inflatie werkt als volgt. Inflatie is het verschijnsel waarbij in een land de geldhoeveelheid toeneemt. Amerika drukte in het geheim meer dollars bij. Met deze dollars werd er deelgenomen aan de internationale handel om bijvoorbeeld goederen te kopen van een land als Frankrijk. Als Amerika dan goederen kocht van Frankrijk gingen er goederen van Frankrijk naar Amerika en andersom gingen er dollars van Amerika naar Frankrijk. Hierdoor nam het aantal dollars in Frankrijk toe en in Amerika af. Doordat het aantal dollars in Amerika afnam kreeg de inflatie geen kans om op te lopen. Het geld dat nodig was om de prijzen te laten stijgen was namelijk vervoert naar het buitenland waar het stilstond op bankrekeningen.

Dit veranderde in de jaren 50 en 60 toen andere landen in de gaten kregen dat Amerika ernstig misbruik maakte van zijn positie als reserve valuta. Daarbij stond de dollar nog steeds vast op 35 dollar per ounce maar was dit zwaar overgewaardeerd ten opzichte van zijn werkelijke waarde van goud. Daarbij nam het aantal dollars in voorraad bij vooral landen als Japan en Europa snel toe.

In het Bretton Woods Systeem stond vast dat landen met hun overtollige dollars naar de Amerikaanse Centrale Bank konden om deze in te ruilen tegen goud. Uiteindelijk begonnen deze landen dit recht dan ook te gebruiken. Hierdoor liep de totale goudvoorraad van de VS terug van 20 miljard naar 9 miljard.

In 1968 begon het Bretton Woods systeem uiteindelijk snel af te brokkelen.

Zilvergoudwinkel

De afbrokkeling van Bretton Woods: 1968 tot 1971

Nu de problemen zich opstapelden moest de Verenigde Staten snel ingrijpen om zijn rol als wereld reserve valuta te blijven behouden en niet al zijn goud kwijt te raken. In sterk toenemende mate gingen landen hun dollars omwisselen voor goud. Oftewel zij gingen hun goud opvragen in de VS.

Sinds 1934 was het nog verboden voor Amerikanen om gouden munten en baren te bezitten. Voor de rest van de wereld was dit echter niet verboden. Burgers in Europa en Japen genoten van het recht om hun overtollige papier en dollars om te kunnen zetten in fysieke bezittingen als goud. Hierdoor kwam  de vastgestelde $35 dollar per ounce enorm onder druk te staan in de goudmarkten van Londen en Zurich.

Om de problemen in 1968 de kop in te drukken diende er een fundamentele verandering in het systeem plaats te vinden.

Afgesproken werd om de goudprijs op de vrije markt te negeren en apart te zien van het monetaire systeem. Wereldwijd stemden overheden ermee in om de marktprijs van $35 dollar per ounce in stand te houden.

Het werd echter snel duidelijk dat dit systeem op de lange termijn niet houdbaar was. En dat bleek maar al te goed toen President Nixon op 15 augustus 1971 de wereld dollar standaard ten einde bracht. Landen konden hun overtollige dollars niet meer inruilen voor goud. Daarbij was het de eerste keer in de geschiedenis van Amerika dat de dollar voor de volle honderd procent ongedekt was.

 

Einde Bretton Woods Nixon

 

The Smithsonian Agreement: 1971 tot 1973

Nu de dollar als wereld reserve valuta ongedekt was wilden overheden en centrale banken alsnog een vaste valutakoers zoals was afgesproken in Bretton Woods. Andere landen als Duitsland, Zwitserland en Frankrijk dienden hun overtollige valuta om te ruilen naar dollars om de wisselkoers op vaste waarden te laten staan.

Uiteindelijk werd dit voor grote landen onmogelijk en hield ook The Smithsonian Agreement geen stand. De dollar werd te overgewaardeerd ten opzichte van de ondergewaardeerde Europese valuta. In 1973 kwam er uiteindelijk een einde aan de vaste wisselkoersen.

Bronnen:

  • Rotbard.be
  • Mises.org
  • ‘’What Has Government Done To Our Money?’’, Murray N. Rothbard -‘’Monetary breakdown of the West’’.
  • ‘’America’s Great Depression’’, Murray N. Rothbard – ‘’ Part 3: The Great Depression 1929-1933’’.
Wouter Meens
Volg mij

Wouter Meens

Vestigingseigenaar at Recruit a Student Den Haag
Edelmetaal en grondstoffen analist van Zilvergoudwinkel BV. Oprichter Student-Inhuren.nl - landelijke studenten- en starters uitzendorganisatie.
Wouter Meens
Volg mij