Home » Informatief, Monetaire geschiedenis, Monetaire systeem

Deel 1: De geschiedenis van ons monetaire stelsel en het verband met ”The Big Reset” van Willem Middelkoop

Geschreven door op 18 juni 2014 – 12:29

Dit bericht is onderdeel van een serie berichten over ons monetaire stelsel

Geschiedenis van ons monetaire stelsel

De afgelopen 120 jaar heeft de wereld veel verschillende monetaire systemen gekend. Het systeem is meerdere keren door oorlogen, depressies en meerdere crisissen ten gunste van overheden en centrale banken ‘’gereset’’. Sinds het nieuwe boek van Willem Middelkoop The Big Reset lijken steeds meer mensen te praten over een reset van het huidige monetaire systeem.

Wanneer we kijken naar de monetaire geschiedenis van Europa, Amerika en de rest van wereld zien we dat een reset niets nieuws is. Het is zelfs al meerdere malen voorgekomen de laatste 120 jaar. Daarbij is het opvallend om te zien dat overheden en centrale banken in de periode voorafgaand aan een reset steeds ongeveer dezelfde maatregelen nemen die tot de reset leiden.

 

Het begint meestal bij het creëren van extra krediet in de maatschappij. Als gevolg van het overtollige krediet ontstaat er een zogenaamde ‘’boom’’. Tijdens deze boom stijgen prijzen, aandelen, vastgoed en grondstoffen. De meeste mensen zien zichzelf als speculant of belegger. Uiteindelijk komt er een punt waarop de hoeveelheid krediet niet verder kan stijgen en de ‘’boom’’ komt ten einde. Wanneer de ‘’boom’’ ten einde komt gaat de vrije markt opzoek naar herstel. Vaak zien we dan een soort van deflatie. Dit geeft vervolgens grote problemen in een maatschappij en economie. Vervolgens zien overheden en centrale banken zich genoodzaakt (al dan niet onder druk van de grote banken) om de problemen op te lossen. Een monetaire reset is vervolgens de enigste mogelijkheid die overheden en centrale banken overhouden om de problemen gedeeltelijk op te lossen of vooruit te verplaatsen in de toekomst.

 De monetaire ontwikkelingen van de afgelopen 120 jaar

Gedurende de hele 19e eeuw kende de wereld vooral een goudstandaard waarbij al het geld in omloop voor de volle honderd procent werd gedekt door goud. Dit betekende dat eigenlijk iedere nationale valuta een benaming was voor een bepaalde hoeveelheid goud en/of zilver. De pond (pound sterling) was bijvoorbeeld 1/4 van een ounce goud en een dollar was 1/20 van een ounce goud.

Met enkele uitzonderingen tijdens oorlogen kende vrijwel de hele wereld een goudstandaard. Dit zorgde er onder andere voor dat de wereldhandel werd bevorderd en Amerika kon uitgroeien tot een van de rijkste economieën die de wereld ooit heeft gekend. Daarnaast werden zilveren munten ook als betaalmiddel gebruikt.

Opvallend was dat er altijd een strijd bleef bestaan tussen overheden en de vrije markt. De overheid was vaak tegen een goudstandaard omdat het veel macht bij de bevolking zou leggen. De vrije markt was voor de goudstandaard om precies dezelfde reden als waarom de overheid er tegen is.

Zilvergoudwinkel

 Waarom dan toch geen goud?

Uiteindelijk was het de overheid die in samenwerking met centrale banken de macht over het geld begon te krijgen. In 1913 werd in navolging van de meeste grote landen in Europa ook een centrale bank opgericht in de Verenigde Staten namelijk de huidige Federal Reserve.

Als de goudstandaard zo goed werkte, waarom heeft dit dan geen stand gehouden? In zijn boek ‘’What has government done to our money?’’ zegt Professor Rothbard hierover het volgende:

‘’It broke down because governments were entrusted with the task of keeping their monetary promises, of seeing to it that pounds, dollars, francs, etc, were always redeemable in gold as they and their controlled banking system had pledged. It was not gold that failed; it was the folly of trusting government to keep its promises.’’

Goud faalde volgens hem dus niet maar het was de overheid die zich niet aan de afspraak hield dat de dollar, de frank ponden e.d. altijd inwisselbaar waren voor goud.

Na de oprichting van de Federal Reserve en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog heeft de wereld verschillende monetaire systemen en resets gekend;

De Eerste Wereldoorlog tot de goudwissel standaard, 1914 tot 1926

Wanner overheden in 1914 niet van de goudstandaard waren afgestapt had de Eerste Wereldoorlog maximaal een half jaar kunnen duren. Dit heeft als oorzaak dat bij een goudstandaard de totale hoeveelheid geld de totale hoeveelheid goud is. Wanneer er een oorlog uitbreekt gaan overheden heel veel geld spenderen aan de oorlogsmachine. Dit betekent een uitloop van goud. Oftewel, het geld raakt op om oorlog te voeren.

Uitspraak van Ron Paul over het verband tussen de eeuw van de totale oorlog als de eeuw van centraal bankiers

De goud wisselstandaard. 1926 tot 1931

Voor de Eerste Wereldoorlog was de Engelse Pond de absolute wereldreservevaluta zoals de Amerikaanse Dollar dat vandaag de dag is. Na de oorlog had de Britse pond een groot gedeelte van zijn waarde ten opzichte van andere valuta verloren. Om de macht terug te grijpen en zijn rol als internationale grootmacht te behouden diende de waarde van de pond te worden verhoogd. Wanneer een munt meer waard wordt ontstaat er ook een kans op deflatie omdat goederen en andere valuta ten opzichte van de pond minder duur worden. Deflatie was de grootste angst van Engeland omdat dit een crisis in de internationale handel voor het land teweeg zou brengen. Het gevolg was het ontstaan van de goudwisselstandaard. Deze werkte als volgt: De Verenigde Staten bleven op de klassieke goudstandaard. Groot Brittannië en  andere Westerse landen gingen rond 1926 over op een pseudo goudstandaard. Dit betekende dat de pond niet inwisselbaar was tegen gouden munten maar alleen nog maar tegen grote kilo-baren. Dit werd gedaan om goud alleen nog te gebruiken voor de internationale handel.

 

Schommelende valuta 1931 tot 1945

In het jaar 1929 kwam er een einde aan de bubbeleconomie van de Verenigde Staten en veel Westerse landen. In 1931 had dit ervoor gezorgd dat er wereldwijd monetaire chaos was ontstaan erger dan tussen 1914 en 1918. Wereldwijd devalueerde landen hun munten tegen elkaar, schommelde valuta koersen, er ontstonden wisselkoerscontroles en handelsbelemmeringen. Prominenten waaronder de Amerikaanse Secretary of State Cordell Hull heeft herhaaldelijk aangegeven dat deze handelsbelemmeringen de grootste veroorzaker is geweest van de Tweede Wereldoorlog.

In een wanhopige poging om uit de depressie te komen devalueerde de Amerikaanse overheid in 1933-1934 de dollar door van de goudstandaard af te stappen en al het goud van zijn burgers te confisqueren.

De VS kende nu een hele nieuwe soort goudstandaard waarbij de dollar werd vastgesteld op 1/35 van een ounce goud en bij buitenlandse overheden was in te ruilen tegen goud.

Bronnen:

  • Rotbard.be
  • Mises.org
  • ‘’What Has Government Done To Our Money?’’, Murray N. Rothbard -‘’Monetary breakdown of the West’’.
  • ‘’America’s Great Depression’’, Murray N. Rothbard – ‘’ Part 3: The Great Depression 1929-1933’’.

 

Wouter Meens
Volg mij

Wouter Meens

Vestigingseigenaar at Recruit a Student Den Haag
Edelmetaal en grondstoffen analist van Zilvergoudwinkel BV. Oprichter Student-Inhuren.nl - landelijke studenten- en starters uitzendorganisatie.
Wouter Meens
Volg mij